STUBRU 5

Ik was aanwezig in het gebouw van de socialistische vooruitstrevende cultuurliefhebbers. God weet dat ik mijn aanwezigheid goed had voorbereid want het betrof hier een feest ter huldiging van onze meest verdienstelijke artiesten van het afgelopen jaar en heel wat mensen zouden daar te hoop lopen want mensen vertoeven graag in de buurt van andere mensen en meestal komt daar heel veel verdriet en wroeging van maar dat is de prijs die wij als stervelingen gerust willen betalen in ruil voor de hoop die als een chronische zweer in onze ziel voor eeuwig door blijft woekeren.
Ik had me dus voorbereid door middel van inname van een aantal produkten die een kortstondige maar hevige roes in de hersenen veroorzaken want dan kan ik er beter tegen tegen al die mensen en al dat lawaai.
‘Ben jij niet die zanger van Noordkaap of Gorki of zo, kortom die zanger van die gevoelige luisterliederen die vroeger zo succesvol was maar nu een beetje zielig langs de weg staat te blaffen als een zielige hond die de joelende karavaan van de nieuwe lichting aan zich ziet voorbijtrekken? Of vergis ik mij?’
Deze vraag werd mij gesteld door een brulaap met een ring doorheen hun wenkbrauwen en een T-shirt van Channel Zero rond de spieren gespannen.
‘Neen’, zo sprak, ‘ik lijk er wel op, op die gast, maar dat is alleen maar verre familie van mij. En ik zelf ben ook zanger maar dan bij de Anaalneukende Boskabouters, je weet wel die hard aan de weg timmerende metalpornorappers. Voorts ben ik alsmede ook net als u een geestdriftig aanhanger van Channel Zero en ik ken al hun lyriek als het ware van buiten’.
Als bij toeval hadden Channel Zero toen net hun meest bekende lied ingezet. Zuigend mij droog voor mijn energie, zuigend mij droog voor mijn energie!, zong ik luidkeels met hen mee.
Kortom , ik hoorde er alweer bij.
Toen daalde er op mijn schouder een haan neer, die driemaal kraaide, weet je wel, of wat had je gedacht. En er vloog op mijn buik een arend aan die door de vetlagen heen hevig aan mijn lever begon te pikken. Op de achtergrond zong een koor van in livrei uitgedoste maraboes met klepperende snavels het Walkurenlied en uit het plafond van de zaal vielen er zes miljoen dode muizen naar beneden.
Nu wordt het toch echt wel tijd om nog iets te drinken, besloot ik toen. Waarna ik het op een beleefd maar hevig drinken zette via het naar binnen klokken van allerlei tot aan de rand met bier gevulde bekers.
Dat zijn toch wel een stel fijne gasten, die gasten van Channel Zero, zo stond ik vervolgens alweer mijmerend te overwegen. Hun liederen zelf brengen zij in een soort Brussels dialect. En dat siert hen. Dat is het volksverbondene aan de gehele zaak.
De uitleg tussen de nummers geschied echter in het Engels. Daarmee willen ze wellicht aantonen dat kunst vooral als entiteit op zichzelf moet beleefd worden en dat het authentieke en de verinnerlijking op de eerste plaats dient te komen. Maar anderzijds dat kunst ook een taak als communicatiedrager kan vervullen en dat dit in het voor de hand liggende geval kan en moet gebeuren via een exegese vanuit de betrokken kunstenaar zelf en dit via een universele taal als het Engels.
De mensen letten daar niet maar over het algemeen wordt er in Vlaanderen hard en diep nagedacht over de dingen.

Luc De Vos