LANG LEVE HET SOCIALISME EN ZO.

Na afloop van de Gentse Feesten werden twee dingen plots duidelijk. Enerzijds: negers kunnen niet dansen en anderzijds: het is krankzinnig niet in God te geloven.

Dat eerste hoef ik toch niet uit te leggen, hoop ik. Dat karakterloze, anti-ritmische hossebossen op blote voeten op van die multiraciale planken vloeren op allerlei breeddenkende pluriculturele feesten, daar kan ik geen drie minuten naar kijken zonder zelf zeeziek te worden.
Gelukkig ben ik wat de politiek betreft uiterst links en van karakter ook. Ik kan echt met de beste wil van de wereld geen onrecht verdragen. Als ik ergens onrecht bespeur onder de vorm van rassenhaat of zo dan reageer ik bijna onmiddellijk door bij de volgende verkiezingen niet zoals gewoonlijk op de VLD maar keihard voor de socialisten te stemmen want zoals men weet zijn de socialisten de grootste bestrijders van het onrecht ter wereld.
Als u voor de socialisten stemt dan kunt u met een gerust geweten door het leven stappen en overal verkondigen dat u tegen onrecht bent, niemand zal u tegen spreken en de mensen zullen u graag zien en u zal overal welgekomen zijn, let op mijn woorden.
Ik weet nog goed, er waren eens verkiezingen en ik kwam de Vooruit binnen – u weet wel, dat socialistisch bolwerk in Gent – en toen zagen ze op mijn gezicht dat ik voor de VLD had gestemd want zoiets zien de mensen uiteraard op uw gezicht en ik ben een kleine middenstander moet u weten die al veel profijt heeft getrokken van voor de VLD te stemmen. Maar goed, ik probeerde nog te ontkennen door te verklaren dat ik van plan was van op de socialisten te stemmen maar dat mijn potlood was uitgeschoten. Ze wilden niet luisteren en ze hebben mij vervolgens toch eens goed tegen de straatstenen geramd, die breeddenkende gasten van Vooruit.
Om wraak te nemen heb ik de nacht nadien toen nog het woord “achteruit” op de gevel naast hun uithangbord geschilderd zodat er stond: Vooruit achteruit. En dan mogen ze nog van geluk spreken dat ik er niet “met de geit” heb aan toegevoegd, want dat was wat te lang om te schilderen bij nachte.
Ja, dat was ik dus geweest maar die feiten zijn verjaard! En bovendien ben ik enorm maar dan ook enorm links, want dat is nog het veiligst van al. Ik betrouw die socialisten niet. Als ze ooit aan de macht komen en de CVP en de VLD worden afgeschaft dan kunt u toch maar beter op goede voet staan met die mensen. U noemt dat opportunisme. Ik noem dat gezond verstand. Mijn kinderen zullen geen honger lijden als de socialisten aan de macht komen want ik zal van mijn socialistische vrienden extra bonnen krijgen om gerantsoeneerde goederen zoals margarine en varkensvet en kolen aan te schaffen. En al die betweters die vroeger VLD of CVP aanhingen die zullen bij de bedeling in de rij moeten gaan staan van de socialisten maar ik zal mogen voorsteken.
Zo zal het gaan. En dan gaan we nog eens praten wie er dan de slimste is geweest of een opportunist. Mijn kinderen zullen niet komen janken en aan mijn broekspijpen trekken van: ‘vader, ik heb honger’. Neen, ùw kinderen zullen aan uw oren staan blaten en u zult zich in bittere wanhoop op het voorhoofd slaan en betreuren: ‘was ik maar socialist geworden maar heden is het te laat.’
En anderzijds is het natuurlijk krankzinnig om niet in God te geloven. Stel u voor dat al de hoop die wij hoopten en al dat lijden dat wij leden gedurende die vervloekte Gentse Feesten, dat die stormvloed van hoop en lijden, dat die ergens is opgelost in het niets, dat die vervluchtigd is en meegevoerd met de wind of verzonken als een loodzware olie in de diepe donkere aarde waar niemand, zelfs niet de nijverste mijnwerker of diamantendelver ze ooit nog zou kunnen opsporen.
Neen, dat de hoop en het lijden van deze Gentse Feesten verdwenen zijn, dat is onmogelijk. Zij zijn wellicht in de vorm van een zilveren wolk ten hemel gestegen en door de Engelen binnengehaald en opgeslagen in Gods Heilige Grote Schuur op de afdeling “Hoop en Lijden op de Gentse Feesten door de eeuwen heen”. Daar wachten die hoop en dat lijden tot ze geïnventariseerd worden door de Kantoorengelen en opgeschreven in een groot dik kladschrift dat eerst door God zelf gecontroleerd wordt en daarna door Schrijfcherubijnen in het officiële kadaster wordt opgeslagen.
Alles wordt nauwkeurig bijgehouden en opgeschreven, niets gaat verloren. Ook dat wat u niet gezegd kon krijgen dat wordt allemaal opgeschreven en bijgehouden. Ook dat gesprek met Mira dat nooit heeft plaatsgevonden, hoewel het deze Gentse Feesten zeker eens ging gebeuren, dat had u aan uzelf beloofd.
Mira, waar u stekezot van bent, die kleine onnozele prachtig schitterende Mira die met een bepaald ventje vrijt omdat die zijn vader advocaat is en in het bestuur zit van de socialisten.
Dat ventje, Jean-François, is zelf te dwaas om dood te doen, maar pas op, hij speelt wel volleybal, want volleybal dat is een sympathieke sport natuurlijk en Mira moet mee op zaterdagavond om haar ventje aan te moedigen. En op de Gentse Feesten had ze u verteld dat ze onlangs voor de gein samen met haar vriendinnen de kleedkamers waren binnengevallen waar al die sympathieke jongens in hun blote stonden en dat ze toen toch zo moeten lachen hebben met zijn allen en dat die jongens natuurlijk deden alsof ze beschaamd waren en hun geslachtsdelen trachtten te verstoppen en dat die meisjes dan heel stout die handdoeken van voor hun schaamstreken rukten. Vrolijkheid kent geen tijd. De jeugd heeft de toekomst. En ik sta met één been in het graf.
En ik diende dat verhaal te aanhoren met mijn dronken kop en er waren nog andere lekkere wijven aanwezig op die weerzinwekkende Vlasmarkt en die moesten daar ook om lachen om dat verhaal en ik lachte mee natuurlijk hoewel mijn hart bloedde van gramschap en wroeging en naijver.
Ik dacht toen: het is krankzinnig niet in God te geloven. De hoop en het lijden gaan niet verloren. Het wordt op zijn minst allemaal opgeschreven en dit in het kader van de rechtvaardigheid want de rechtvaardigheid is een kosmisch begrip dat al de rest overstijgt want God zelf is de rechtvaardigheid en omgekeerd vice versa. Zo is ook de liefde onderworpen aan de rechtvaardigheid hoezeer zij zich op de aarde ook misdraagt en soms zelfs meeheult met de socialisten.
Zo zal, als puntje bij paaltje komt, in het hiernamaals de liefde zich bij God en de rechtvaardigheid van God moeten verantwoorden voor haar onverantwoord gedrag tegenover mensen zoals u en ik.
En God zal vragen aan de liefde, aan Mira: ‘wat hebt u voor Vos gedaan toen hij verliefd onder uw rokken trachtte te loeren? U zag hem nog niet staan, verraadster!’
En de liefde zal zich huilend aan de voeten van God werpen en kreunen: ‘maar die Vos dat was een onnozelaar en hij zei nooit eens iets, iets om te lachen of zo. En hij had geen diploma!’
‘Zwijg, gij trienemie gij!’ zal God brullen. ‘U had diep in Vos zijn hart moeten peilen naar zijn goede inborst en zijn waarachtig liefdevol verlangen naar uw billen en u had zich aan zijn lust dienen te onderwerpen. Want dat is rechtvaardig! Om u te straffen zal Vos u nu zeven keren slaan met de roe op uw bloot achterwerk. Daarna mag u met Vos in het paradijs naar binnen om er met allen die u lief waren maar die u door de dood of het leven zijn ontstolen, herenigd te worden’.
Zo zal de Rechtvaardige dan recht spreken en vrede stichten. Alles komt op de een of andere manier toch goed.
Tegenwoordig is alles mogelijk, vind ik.