GEVONDEN VOORWERPEN
Mijn maat Rocky kwam zwijgend naast mij aan de toog zitten. Het leek alsof hij een spook had gezien, zo wit zag hij. Tegelijk scheen hij verzonken te zijn in een dromerig waken.
Mijn maat Rocky kwam zwijgend naast mij aan de toog zitten. Het leek alsof hij een spook had gezien, zo wit zag hij. Tegelijk scheen hij verzonken te zijn in een dromerig waken.
Zoals u misschien weet ben ik zanger van een popbandje. Als we gaan spelen zijn we met negen man op de baan. Vier muzikanten, twee roadies, een lichtman en twee geluidstechniekers.
In Amsterdam zit ik samen met Thé Lau in het kleine café aan de haven. Zijn eerste boek, een verhalenbundel, heet: ‘De Sterren van de Hemel’.
Vooral over dat ene verhaal, ‘Stella’, heb ik allerlei vragen in mijn hoofd die ik uiteindelijk allemaal overboord gooi.
Na afloop van een brede maatschappelijke discussie die wij hier de jongste maanden hebben gevoerd staat het nu definitief als een paal boven water: Soulwax is de beste groep van België, daarna komt dEUS en de derde beste groep is Noordkaap.
Luc De Vos trok in maart met zijn band Gorki naar Stellenbosch in Zuid-Afrika om er te spelen op het plaatselijke festival ‘Woorfees’. Een kort verslag en een beschouwing van de zanger zelf.
De Kaapprovincie moet de Hollandse kolonisten die er honderden jaren geleden arriveerden een geweldig land geleken hebben. Al die prachtige bergen die zich spectaculair in die overweldigende oceaan storten, die hete moesson die hen aangenaam in hun door zout en wind en vrieskou gelooide gezichten blies. Het moet voor die magere Hollanders een bijna ontroerende ervaring zijn geweest. Ik kan mij voorstellen hoe zij vanuit hun kille klamme kikvorsland hier na een ellendige zeereis in een sardienenblik op den duur in een paradijs arriveerden en beseften aan welk ellendig noodlot zij waren ontsnapt. Hier moet alles makkelijk hebben geleken. Holland was een moeras waar ze elke cent in twee moesten bijten en hier groeiden de appelsienen zomaar aan de bomen en de gebraden kippen vlogen hen zomaar in de mond. Ze moeten hier iets gevonden hebben dat op het ware geluk leek. Dat blijkt ook uit de ontroerende plaatsnamen die ze bedachten voor de vestigingen die zij stichtten: Mooibergen, Nooitgedacht, Rustgevonden, Welgemoed, Geluksoord.
Ik meende een zelfde onbevangen simpele vreugde te aanschouwen in de ogen van de mensen die opdaagden op het festival waar we met de groep dienden te spelen. De mensen waren blij dat er iets gebeurde. Er gebeurt blijkbaar niet echt veel in Zuid-Afrika en de blanke mensen zijn ongelofelijk content wanneer er een keer een paar nazaten van hun voorouders uit het oude continent voor wat amusement komen zorgen. Ironie en cynisme hebben ze daar nog niet ontdekt, zo lijkt het. Ze vinden alles puik.
Het is een raadsel dat de tegenstellingen in dit schone land zo groot zijn en blijven. Ik begrijp er eerlijk gezegd niets van. Maar ik begrijp sowieso niets van het leven. Daarom ben ik ook zanger geworden. Maar ik denk altijd: zolang er iemand liederen zingt en zolang er mensen komen naar luisteren is er nog hoop. Zuid-Afrika is nog volop op zoek naar ware vrede en gelijkheid. Maar er wordt aan gewerkt, zo mag ik hopen.
LUC DE VOS
Kent u dat radioprogramma op Studio Brussel, De Afrekening? Dat is een beetje een alternatieve hitparade voor de jonge gasten. In plaats van Marco Borsato of Beyoncé of Xandee staan daar altijd van die Amerikaanse metalbandjes en punkgroepjes op nummer 1. Want al dat lawijt, dat horen de jonge gasten graag. Korn en The Offspring en zo, of Linkin Park, of Slipknot of Venus in Flames.
Ik wil hier zeker de vreugde rond het liefdesfeest van Valentijn niet verstoren maar voor veel eenzame mensen is Valentijn een kwelling. Gelukkig ken ik zelf niet veel eenzame mensen. Ik vind eenzame mensen zo dood en doodvermoeiend met hun eeuwige gemekker.
In mijn zoektocht naar allerlei vormen van lustbeleving en geestverruimende avonturen begeef ik mij soms naar een feest in de hoop daar het geluk te vinden in het gezelschap van mensen. Vooral feesten waaraan een tombola is verbonden kunnen op mijn belangstelling rekenen want als dat feest je dan bedroefd maakt en je ziek van verdriet weer huiswaarts moet, wat niet ondenkbaar is, kun je nog altijd een prijs winnen.
Het was een uiterst terneergeslagen Jean-Marie De Decker die ik een week geleden aantrof aan de toog van café Bij Mariette en Abdoelllah, vlak achter de Wetstraat.
Nu het nieuwe schooljaar begint heb ik nog een goede raad voor de jongens en meisjes in het middelbaar onderwijs. Het is een slimme truuk om flink te kunnen slapen in de klas.
Droeve late zonnestralen vielen over lege velden. Dit soort zin is wellicht al vaak neergeschreven in gedichten maar in dit geval dekte de vlag de lading: droeve late zonnestralen vielen inderdaad over lege velden. Ik kan het echt niet nauwkeuriger formuleren.
Na een aantal ongelukzalige omzwervingen, dertien stielen en dertien ongelukken, was ik op een school beland waar ze vreemde talen bestudeerden. Een nobel streven dat ik vruchteloos ook tot het mijne trachtte te maken.
Ik was deze middag aanwezig op een communiefeest bij Poolse vrienden. Die Polen geloven nog altijd in God en daarom moest die ene kleine zijn eerste communie doen.
Toen ik achttien jaar was werd ik verliefd op Susan, die blonde zangeres van The Human League. Dat was niet verwonderlijk, want zij was echt wel mijn type: het Engelse dellentype.
Ik wil het vandaag hebben over trends in haarmode. Wanneer men lang genoeg leeft wordt men als vanzelf een ervaringsdeskundige en kan men op den duur over alles meepraten.
Mijn lievelingsheld uit Kuifje is natuurlijk kapitein Haddock, die goeie ouwe brulboei met het gouden hart. En maar brullen, jongens. Het is om te gieren. Hij bedoelt het zo goed en toch gaat het altijd weer mis. Haddock wil vooral gewoon gezellig thuis zitten en zijn pijp roken maar telkens weer weten ze hem te vinden om hem te tergen. Is het niet Bianca Castafiore dan zijn het wel de detectives Janssen en Jansen die op zijn systeem komen werken. Ik kan mezelf geweldig inleven in die trouwe kapitein. Zijn we niet in wezen allemaal een beetje als Haddock? Willen we niet allen thuis blijven en wat door het raam zitten staren of een beetje in de tuin wandelen en de rozenperken harken, ver weg van de wereld. Maar het is de wereld die er ons telkens weer toe dwingt ons huis en onze eigen haard te verlaten om allerlei avonturen te beleven, om desnoods de halve wereldbol af te reizen op zoek naar wat eigenlijk? Het geluk, zegt u? Maar dat geluk, dat was toch thuis? Waarom willen mensen voortdurend avonturen beleven? Mocht iedereen gewoon thuis blijven zitten dan was er nooit oorlog zei Sartre en potverdorie, voor een keer had Sartre gelijk.
Een van Haddocks ergste kwelduivels is Serafijn Lampion. Kent u Lampion? Natuurlijk kent u Lampion! Het is uw eigen nonkel die te veel gedronken heeft op het trouwfeest en op tafel kruipt om moppen te tappen. Ja, u kent hem, uw eigen Serafijn Lampion, het paradigma van de vrolijke Belg, de olijke bompapa, die in verzekeringen doet en als handelsreiziger aan de kost komt. De typische burgerman, een Brusselaar bij voorkeur of een Antwerpenaar, een man van de wereld, die ieders voornaam kent en altijd content is en die vraagt of er cognac in huis is. Ja, u kent hem, die Serafijn Lampion, die op uw zenuwen komt werken met zijn gezwets. En natuurlijk is hij de voorzitter van de plaatselijke club, het geeft niet welke club, hij is er de woordvoerder van of de voorzitter, die duivel-doet-al. En hij heeft over alles een mening en vooral over het voetbal en zeker ook over de politiek. Neen, hij twijfelt niet deze man, hij gaat recht door zee. En in de zomer trekt hij met het gezin naar Blankenberge. En zijn vrouw is een huissloor en zijn kinderen zijn dikkerdjes die chips en chocolade vreten.
Haddock en Lampion zijn elkanders tegenpolen. Haddock is de mens die niet tevreden is met zijn lot en kwaad is op de hele wereld. Iemand die het bestaan hier op aarde een slechte grap vindt. Haddock wil rust, rust, eeuwige rust. Lampion houdt van dit bestaan, hij omarmt het volle leven, hij gaat al fluitend en zingend op zijn doel af en hij krijgt altijd alles voor elkaar. Onverstoorbaar, met een eeuwige glimlach op het gelaat en een kwinkslag paraat.
Dat soort mensen, het is inderdaad om te huilen dat soort mensen.
LUC DE VOS
Bavo Claes zat te treuren in café De Brave Moordenaar, een leuk jongerencafé waar ik dikwijls toefde om met de leuke jonge mensen van mijn soort wat te praten over politiek en sociale thema’s zoals het Eurosongfestival.
En dan nu even een ander onderwerp. Want de mensen kunnen blijkbaar deze week maar over één ding praten. Ik vertel u een waar gebeurd verhaal. Ik leerde Pim Fortuyn vijf jaar geleden kennen op de Gentse Feesten. Echt waar. Ik was wakker geworden onder een boom in het Baudelopark. Het moest al in de late namiddag zijn. De zon geselde mijn geschramde kop met haar vlammende stralen. Wat was er vannacht allemaal gebeurd? Het zou voor eeuwig een raadsel blijven. En wellicht was dat maar goed ook.
Zwaarbeladen, zwoegend, met in mijn handen twee overvolle boodschappentassen, die elk wel tien kilo wogen, gevuld als zij waren met aardappelen en appels en bananen, vatte ik mijn tocht aan die mij van de Vrijdagsmarkt naar mijn woonst zou leiden.
Ik heb dus alweer een verpletterend meesterwerk geschreven, de fictief autobiografische roman De rest is geschiedenis. In Zweden gonst het al van de geruchten.
When I was eighteen years old I fell in love with Susan, the blond singer of The Human League. That was not surprising, since she was really my type: the English slut type. That is one of my erotic phantasms, the English slut type.
Na afloop van de Gentse Feesten werden twee dingen plots duidelijk. Enerzijds: negers kunnen niet dansen en anderzijds: het is krankzinnig niet in God te geloven.
Wat is het toch jammer dat er geen vrede heerst op de aarde. Ik zou zo graag hebben dat men alle geweld en oorlog uit de wereld zou bannen. Indien men alle wapens zou omsmeden tot ploegscharen en alle legers zou afschaffen, zou dat niet fijn zijn?
Voor hetzelfde geld was Gent van de aardbodem verdwenen. Het heeft geen haar gescheeld. Naar ik verneem uit getijdenboeken zou Keizer Karel een keer samen met de Hertog van Alva op de toren Van Sint-Baafs zijn geklommen. Een ogenblik stonden ze toen met elkander te overleggen of ze de hele boel niet meteen plat zouden smijten.
